Een (ver)soepel(d)e zaterdagochtend

Door Nina de Groot

Het is een stralende zaterdag 12 juni als ik om kwart voor elf het plein voor de kantine van SW op fiets. Ik word verrast door de vijf witte tafeltjes met ijzeren stoelen die als geslaagd provisorisch terras zijn neergezet langs de lijn. Volgens het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is het nog altijd te gevaarlijk om toeschouwers bij sportwedstrijden weer te tolereren. Op een terras zitten is echter wel geoorloofd, dus wordt de openbare ruimte om onze sportkantine heen een beetje creatief ingericht. Ik glimlach.

Als ik een rondje maak om de mensen die ik al ken te begroeten, zie ik voor het eerst het scorebord waarop de stand van de huidige wedstrijd staat. Oei, 2-18. De terrasgangers kijken met naar mijn vermoeden ietwat lede ogen -lastig te zien door die zonnebrillen- naar de ploegen in geel-blauw en rood-wit die op het veld voor hen net gaan wisselen. De jongeren van de A1 van beide teams bewegen zich snel over het veld, aangemoedigd door de toeschouwers -pardon, terrasgasten- die ondanks de stand het vertrouwen in de wedstrijd nog niet verloren zijn. Er wordt namelijk gewoon goed gekorfbald, en dat blijft toch altijd lekker om naar te kijken.

Ik haal een cappuccino bij Marieke aan de geïmproviseerde bar in de deuropening van de kantine en neem plaats op zo’n ijzeren stoel. Ik wacht op Molly Stam, trainster van de E4. We hebben afgesproken om te praten over haar korfbalcarrière en haar rol binnen Sporting West. Ze komt opgewekt aanlopen en veegt een paar lokken haar uit haar vriendelijke gezicht. We begroeten elkaar met een corona-elleboogje en zeggen tegelijk hoe mooi het weer wel niet is vandaag. Molly is blij om weer op het veld te zijn. ’Mijn team gaat zo spelen! Het komt vast goed, ze beginnen het spelletje te snappen.’ Als ik vraag of ze wel tijd heeft om met me te praten als ze zo haar team moet bijstaan tijdens de wedstrijd, lacht ze; ‘Het coachen laat ik aan iemand anders over, hoor! Als ik daar langs de lijn ga staan schreeuwen, worden ze daar echt niet blij van!’

Molly komt uit Amsterdam en heeft zolang ze zich kan herinneren aanleg voor sport gehad. Na een aantal sporten uitgeprobeerd te hebben, werd in haar puberteit Molly’s interesse voor korfbal gewekt. Als 18-jarige begon ze te spelen in Amstelveen bij vereniging Oranje-Nassau, rond dezelfde tijd dat ze besloot haar studiekeuze te baseren op haar liefde voor beweging. Uiteindelijk rondde ze in 1981 de ALO (Academie voor Lichamelijke Opvoeding) af. De manier waarop ze me vertelt over haar passie voor sport is aanstekelijk: ik krijg zelf meteen zin om een balletje te schieten.

Terwijl we praten kijken we naar hoe Lars, de scheidsrechter van vandaag, warmloopt op het mono-veldje van de wedstrijd van zometeen. ‘Op mijn 27ste, toen ik negen jaar lang gekorfbald had, stopte ik ermee. Daarna heb ik wel twintig jaar gesquasht. Rond 2005, 2006 kreeg ik weer kriebels en kwam ik bij Sporting West terecht. Ik heb zo de transformatie van de club meegemaakt: de verhuizing van het veld van TCNH naar ons eigen veld in het Westerpark leidde echt een nieuw hoofdstuk in voor de club. We trokken meer jeugd aan, zoals mijn teampje hier.’ Ze wijst naar de kindjes die enthousiast het veld oplopen en zich verzamelen rond coach Lisse. ‘En het is toch echt een heerlijke plek zo, in het park.’ Ik ben het met haar eens en bedenk me dat ik vergeten ben me in te smeren.

Door de verhalen van Molly en de sfeer die op en om het veld hangt deze zaterdagochtend, begin ik een steeds beter idee te krijgen van hoe gezellig het er vóór de pandemie moet zijn geweest. Ik heb zelf nog geen echt veldseizoen mogen meemaken tijdens mijn tijd bij Sporting West, ik heb nog geen biertje uit de tap in onze eigen kantine kunnen drinken. Ik herinner mezelf eraan dat het einde in zicht is. Het lijkt er hier in ieder geval op dat iedereen om me heen er klaar voor is om eindelijk weer terug te gaan naar “het oude normaal”.

Mijn gedachten worden onderbroken als een vrouw naast mij en Molly opeens roept: ‘Hé, zijn deze palen niet veel te laag?’ We kijken allemaal en lachen; de tussenstukjes zijn inderdaad te kort. Iemand roept dat ‘ie “het wel even zal regelen!”, en rent naar het materiaalhok om de goede palen te halen. Ach ja. Het is dan ook nog even wennen.

1 antwoord

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord